Reactie artikel 'echo hoort ook in de huisartspraktijk'
Het is op zijn zachtst gezegd curieus dat Medisch Contact als podium fungeert voor het "artikel" Echo hoort ook in de huisartspraktijk (MC 12/2010: 553). In kleurige blokjes geplaatste Libelle-achtige casuïstiek lardeert een quasiwetenschappelijk pleidooi dat als niet anders dan gevaarlijk kan worden betiteld. Echografie is 1 van de moeilijkste onderdelen van het radiologenvak. In tegenstelling tot tal van andere onderzoeken is het volledig operator-dependent. Wat je niet ziet, dat zie je niet, ook al is het er wel. Binnen de radiologieopleiding moeten de AIOS honderden echo's onder supervisie hebben uitgevoerd voordat ze een referentiekader hebben opgebouwd waarmee pluis van niet-pluis kan worden onderscheiden.
Ook voor de door de wol geverfde radioloog blijft ieder echografie-onderzoek een uitdaging mede gezien de steeds geavanceerder wordende apparatuur. Zowel om de vaardigheid op peil te houden als om de dure apparatuur te kunnen exploiteren gaat het bij echografie om volume. De radiologen van het Amsterdamse OLVG hebben in 2009 in totaal 34.864 echo-onderzoeken uitgevoerd, waarvan 19.715 voor de 1e lijn (rond de 500 verwijzende huisartsen). Met deze getallen en meerdere echokamers kunnen wij onze expertise op peil houden en de apparatuur permitteren die een patiënt anno 2010 mag eisen, met 208 echo's per jaar per huisarts is dit volstrekt uitgesloten.
De geschetste gang van zaken is tendentieus en doet de werkelijkheid geweld aan. De radioloog is bij uitstek de objectieve filter tussen de 1e lijn en de 2e lijn. Dat de radioloog niet de behandelend arts is is een voordeel. Net zo min als je je eigen familie of vrienden moet behandelen moet je je eigen patiënten echografisch onderzoeken. Het merendeel van de voor de 1e lijn uitgevoerde echografie-onderzoeken laat geen afwijkingen zien. Zo hoort het ook. Deze patiënten blijven buiten het ziekenhuiscircuit en gaan weer retour naar de huisarts. In die gevallen waarbij er wel afwijkingen zijn die om een doorverwijzing vragen is dit direct geregeld. Dit is uitermate kostenefficiënt, in tegenstelling tot het systeem van betaalde zelfverwijzing zoals voorgesteld. De drijfveren van de zorgverzekeraar lijken dan ook vooral "penny wise pound foolish" en hebben in ieder geval niets van doen met kwaliteit.
De casuïstiek die blijkbaar het grote belang moet illustreren doet toch vooral de wenkbrauwen fronsen. De rubriek met uitspraken van het tuchtcollege enkele pagina's eerder zou met deze 1e lijns-echografie wel eens een aardige nieuwe toeleverancier kunnen krijgen.
Wat huisartsen uiteraard wel van de radiologie mogen verwachten is een snelle toegangstijd en een vlotte adequate verslaglegging. In het OLVG lukt het zonder probleem om dat wat binnen 24uur moet ook binnen 24uur voor elkaar te krijgen, inclusief elektronisch verstuurd verslag. Schoenmaker blijf bij je leest!
Erik-Jan Haanraadts, radioloog
© DC Groep - alle rechten voorbehouden - disclaimer



